Ode aan de wilde bij

Tekst: Monica Wesseling | Foto's: Susanne Kuijpers Tekst: Monica Wesseling | Foto's: Susanne Kuijpers

Een leven lang graven, schuieren, braken, behangen en tussendoor: bestuiven. Véél bestuiven. Wilde bijen spelen een heel belangrijke rol in de bestuiving van onze landbouw- en fruitgewassen. Toch zijn het onbekende, onbeminde beestjes. Hoogste tijd voor een ode aan de wilde bij!

Naast de bekende honingbij telt Nederland 357 soorten wilde bijen; van vijf millimeter grote, pikzwarte maskerbijtjes tot wollige hommels van 2,5 centimeter, getooid met bonte kleuren. Alleen de honingbij wordt door imkers gehouden en is niet wild. Die honingbij leeft in een volk en verdeelt de taken. Zo niet de wilde bijen. Elk vrouwtje wilde bij maakt haar eigen nest, legt zelf eieren (bij de honingbij doen alleen de koninginnen dit) en zoekt zelf voedsel voor de larve. De manier waarop ze een en ander doen, is per soort verschillend. Dat maakt die wilde bijen ook zo speciaal.

Graven, knagen…

Om met de nestbouw te beginnen: het overgrote deel van de wilde bijen bouwt zijn nest ondergronds. De meeste graven zelf een gat, maar ook oude muizen- of kevergangen zijn in trek. De bovengrondse dieren nestelen onder meer in verrot hout, holle stengels en spleten in steen of hout.

…en behangen

Eenmaal een gangetje, dan volgt de bekleding van de wanden. Behangersbijen doen dit met stukjes blad die ze uit planten hebben 'geknipt' (de rozen in uw tuin…), wolbijen gebruiken plantenharen en de zijdebij maakt met speeksel een mooie gladde wand. Metselbijtjes metselen met leem of klei. Zo gebruikt elke bijensoort zijn eigen methode.

Schuieren of braken

Is de nestgang klaar, dan is het tijd om stuifmeel te verzamelen. Vooral de larven hebben veel stuifmeel nodig. Stuifmeel zit vol eiwitten en dat is prima bouwstof om ‘groot te groeien'.
Ook het verzamelen van stuifmeel doet de wilde bij op vele manieren. Vrouwelijke behangersbijen hebben een buikschuier, een stel lange haren aan het achterlijf waarmee ze over meeldraden schuieren en waartussen ze stuifmeel vervoeren. Hommels nemen de bouwstof meestal mee aan de poten. Maskerbijtjes doen het weer anders: zij verzamelen het stuifmeel in de krop en braken dit in het nest weer uit.

Kieskeurig

Veel bijen zijn niet echt kieskeurig in hun plantenkeuze. De knautiabij echter houdt het bij beemdkroon; de slobkousbij blieft alleen wederik. Kieskeurig of niet; als er voldoende stuifmeel is verzameld, wordt er een eitje gelegd en het nest afgedicht. Het ei komt uit, de larve eet zich groot aan stuifmeel en het wordt, meestal na een paar weken, tijd voor een nieuwe generatie.

Koekoeksbij

Tenminste: als zich niet voor die tijd een koekoeksbij heeft gemeld. Koekoeksbijen vormen binnen de wilde bijen een aparte groep. Ze zijn vaak onbehaard en kunnen geen stuifmeel verzamelen. Daarom pakken ze het anders aan. Als een wilde bij bijna de nestgang wil sluiten, glipt de koekoeksbij naar binnen en dropt vlug een eitje. De koekoekslarve groeit snel, bemachtigt het meeste voer en de 'rechtmatige' larve moet meestal het onderspit delven.

Bestuiving, zó belangrijk!

De rol van de wilde bijen in de bestuiving van landbouw- en fruitgewassen is veel groter dan lang werd gedacht, zo wijzen steeds meer onderzoeken uit. Zonder die bijen zou er geen of nauwelijks oogst zijn! De appeloogst bijvoorbeeld, is aantoonbaar groter in de buurt van natuurlijke gebieden, omdat daar wilde bijen leven. De economische waarde van wilde bijen berekenen is moeilijk (onnodig ook, want de dieren hebben sowieso bestaansrecht), maar loopt naar schatting in de honderden miljoenen euro’s.

Terug naar het overzicht