Ingezonden brief directeur Jos Bisschops, Amerikaanse rivierkreeften
Wie nu met een boswachter langs de waterkant loopt, ziet iets dat steeds vaker terugkomt: troebel water, kale bodems en een stilte onder het oppervlak. Waterplanten verdwijnen en daarmee verdwijnen schuilplekken en kraamkamers voor insecten, vissen, vogels en amfibieën. Het is een kettingreactie die begint bij de Amerikaanse rivierkreeft.
Deze kreeft is een nieuwe soort in onze natuur. Hij knipt en eet waterplanten weg en woelt de bodem om. Daardoor komt slib in het water, wordt het licht weggenomen en krijgen waterplanten nog minder kans om terug te komen. Wat resteert is een ecologisch arme sloot. Daarnaast graven Amerikaanse rivierkreeften gangen en holen in de oevers. Die gangen maken de slootkant gevaarlijk instabiel: randen brokkelen af, delen zakken het water in, en onderhoud (baggeren) wordt alsmaar ingewikkelder en duurder. Hoe langer we wachten, hoe groter de schade en hoe hoger de kosten om die schade te herstellen.
Dat zien we in heel Zuid-Holland (en daarbuiten), maar pijnlijk duidelijk in de Krimpenerwaard, het open veenweidelandschap vlak bij Rotterdam en Gouda. De waterplant krabbescheer bijvoorbeeld was eerder volop aanwezig, cruciaal voor het bestaan van de groene glazenmaker, een zeldzame libel die zijn eitjes afzet in die planten. Nu is de krabbescheer verdwenen en daarmee ook de basis waarop de groene glazenmaker kan voortbestaan. Ook zwarte sterns broeden vaak op krabbescheer; verdwijnt die plant, dan verdwijnt een belangrijke natuurlijke nestplek.
Ook in de Vijfheerenlanden, tussen Utrecht en Gorinchem, zien we hetzelfde patroon. Onder meer in en rond polder Achthoven, dat deel uitmaakt van Natura 2000-gebied Zouweboezem, staat de kwetsbare kamsalamander onder druk. Deze soort zet haar eitjes één voor één af, zorgvuldig gevouwen in waterplanten. Juist die waterplanten worden door Amerikaanse rivierkreeften weg geknaagd. Bovendien eten rivierkreeften eitjes en larven. Als voortplanting stopt, verdwijnt een populatie onvermijdelijk.
We doen als terreinbeheerder wat we kunnen. Maar het is een systeemprobleem dat je niet met een paar projecten of een tijdelijke impuls oplost: waterkwaliteit, biodiversiteit, oeverstabiliteit, beheerlast en kosten grijpen in elkaar. Een integrale aanpak is noodzakelijk: effectief en verantwoord terugdringen van rivierkreeften, herstel van waterplanten en leefgebied, en watersystemen weerbaar maken, met langdurige monitoring en beheer.
Daarom roepen wij de Tweede Kamer op tot actie. Concreet vragen we de landelijke politiek om:
- Structureel budget voor aanpak, herstel en preventie, Dit maakt monitoring, langdurig beheer en maatregelen als natuurvriendelijke oevers mogelijk.
- Een samenhangende aanpak met duidelijke doelen en samenwerking tussen overheden, terreinbeheerders en waterbeheerders; niet versnipperd per plek.
- Aanpassing van wet- en regelgeving zodat effectief en verantwoord vangen op grotere schaal mogelijk wordt.
Wij staan daarin niet alleen. Deze oproep wordt gesteund door diverse Hoogheemraadschappen, waaronder Delfland, Schieland en de Krimpenerwaard, Utrechts Landschap, Landschap Noord-Holland, diverse hoogheemraad- en waterschappen (nog aan te vullen welke), Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland, de Sportvisunie, Landschap Noord-Holland en Utrechts Landschap. Juist die brede steun laat zien dat het hier niet gaat om één belang of één hoek van het land, maar om een gezamenlijke opgave: natuur die instort, wateren die achteruitgaan, oevers die instabiel worden en kosten die oplopen zolang we afwachten.
Om die urgentie zichtbaar te maken, loopt er in maart een petitie. De verzamelde handtekeningen bieden we persoonlijk in Den Haag aan Tweede Kamerleden aan. De petitie is een middel, geen eindpunt: het echte werk is dat Nederland nu kiest voor een effectieve aanpak. Nú zijn we nog op tijd om schade aan onze oevers en waterkwaliteit te herstellen en het leven in onze wateren terug te brengen. Als we te lang wachten zijn herstelkosten verveelvoudigd en zullen we permanent verlies van soorten moeten accepteren.
Jos Bisschops
Directeur Stichting Het Zuid-Hollands Landschap