Natte natuurontwikkeling in de Krimpenerwaard

Vorige week organiseerde het Zuid-Hollands Landschap een bijeenkomst over natuurontwikkeling in de polder. Agrariërs, boswachters, lokale vrijwilligers, bestuurders en het hoogheemraadschap deelden veel kennis en ervaring met elkaar. Aan de hand van een korte documentaire gingen de deskundigen met elkaar in gesprek. Met dit verslag blikken we terug op een geslaagde bijeenkomst en sluiten we af met de belangrijkste aanbevelingen.

Weinig mensen brengen de Krimpenerwaard zo mooi in beeld als filmmaker Edwin Haighton. Hij maakte een prachtige documentaire die inzoomt op vijf jaar natte natuurontwikkeling in Polder de Nesse, de Berkenwoudse Driehoek en Oudeland-Zuid. Deze drie gebieden zijn vanaf 2017 ontwikkeld tot nieuwe natuur, met als doel de weidevogelstand weer op peil te brengen.

Natuurontwikkeling en -beheer in de Krimpenerwaard is een nauwe samenwerking tussen provincie, het hoogheemraadschap, het programmabureau Veenweiden en Krimpenerwaard, het Zuid-Hollands Landschap en haar pachters. De documentaire belicht de verschillende belangen en ervaringen tijdens dit proces. We praatten erover door met ecoloog Jan van der Winden, boswachter Sietse en agrariër Johan Vonk-Noordergraaf.

Jan van der Winden deed onderzoek naar vernatting en de gevolgen van natte natuurontwikkeling voor weidevogels in het gebied. Zijn conclusies zijn duidelijk: de uitkomsten zijn positief. In de gebieden nemen o. a. de aantallen grutto’s, tureluurs, maar ook lepelaars en kieviten sterk toe.

Boswachter Sietse en boer Johan, pachter bij het Zuid-Hollands Landschap, vulden aan dat het beheer van deze nieuwe natuur een stuk arbeidsintensiever is dan gangbaar agrarisch gebied. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor toekomstige natuurontwikkeling: wanneer intensief agrarisch gebruikte grond wordt ontwikkeld naar natuur, dan ben je er niet. Wat volgt is een jarenlang intensief beheer dat misschien meer kost dan gangbaar agrarisch beheer. Ook vergeleken met andere natuurtypen vraagt het beheer van veenweidengebieden (de ‘natte’ weidevogelgebieden) meer van beheerorganisaties.

Juist hier is aandacht voor nodig, beaamden ook verschillende boswachters en agrariërs uit de zaal. ‘Een van de uitdagingen in de Krimpenerwaard is bijvoorbeeld het gebrek aan kruidenrijkdom,’ geeft een vogelkenner aan, ‘maar de boer moet zekerheid hebben om dat voor mekaar te krijgen op zijn land.’ Je kunt niet groen doen als je rood staat. Intensief natuurbeheer vraag extra (financiële) waardering van overheid en maatschappij.

Zowel tijdens de documentaire als in het nagesprek was er ruimte voor verschillende geluiden. Want wat aan de tekentafel wordt bedacht, pakt soms anders uit in praktijk. Daarom staat kennisdelen centraal. Dit werd in de zaal positief ontvangen. “Niemand zit te wachten op een eenzijdig geluid, niet van natuurbeheerorganisaties en niet van boeren. Het is verfrissend dat zowel de positieve kanten als leerpuntenvan natuurontwikkeling en beheer worden belicht. Dat is echt waardevol.”

Een passende afsluiter van deze kennisbijeenkomst was het samen formuleren van de drie belangrijkste aanbevelingen voor natuurontwikkelprocessen.

Drie aanbevelingen voor natuurontwikkelingsprocessen

  • 1. Heb een lange adem
    Natuurontwikkelprojecten vragen tijd. Een lange adem is nodig om natuur te ontwikkelen en vervolgens te kunnen blijven beheren. Boeren en natuurbeheerders moeten kunnen bouwen op ondersteuning, ook op lange termijn.
  • 2. Zet in op lerend beheer
    Niemand heeft een pasklaar antwoord als nieuw gebied ontwikkeld wordt. Bouw daarom ruimte in om lerend te beheren. Leg niet vooraf alles vast maar pas het geleerde toe in een volgende beheercyclus. Ook bij ontwikkelplannen voor nieuwe natuur kan hier meer aandacht voor komen.
  • 3. Deel kennis en wees eerlijk
    Het klinkt als een open deur: deel je kennis, want dat hoeft het wiel niet opnieuw te worden uitgevonden. Maar juist in complexe natuurontwikkeltrajecten is het niet vanzelfsprekend om kennis te delen, zeker niet als verschillende belangen spelen. ‘Wees eerlijk!’, is het devies vanuit de zaal. Boeren en natuurbeheerders kunnen veel van elkaar leren als zij direct met elkaar in gesprek gaan. 
Kennis gaat vaak van natuurbeheerders en onderzoekers eerst naar de provincie en dan terug naar agrariërs. Laten we vaker direct kennis delen tussen beheerders en boeren, van laarzen naar laarzen.

Jan Vente, wethouder in de Krimpenerwaard.

Jan Vente, wethouder in de Krimpenerwaard.

Bent u werkzaam in het groene domein?

Volg ons op LinkedIn
  • We kunnen niet zonder natuur

    Met een gezamenlijke oproep in in meerdere landelijke dagbladen roepen 64 organisaties namens miljoenen Nederlanders het kabinet op om te bouwen aan een toekomst waarin ruimte is voor natuur, een gezond klimaat en natuurvriendelijke landbouw en aan de slag te gaan…

    Lees verder

    Lees verder
  • De natuur is een voorwaarde voor een gezonde samenleving

    Hank Bartelink directeur-bestuurder LandschappenNL, is gesprekspartner samen met nog vier directeuren van natuur- en milieuorganisaties bij het gesprek over het stikstofdossier met de heer Remkes op maandag 15 augustus. Aanleiding voor het gesprek is de…

    Lees verder

    Lees verder
  • Omhoog met het veen

    Door het lage grondwaterpeil zakt de bodem in onze veengebieden soms meer dan een centimeter per jaar. Dit vormt een bedreiging voor kwetsbare planten en dieren en leidt tot een hogere C02-uitstoot. Daarom start het…

    Lees verder

    Lees verder
  • Gezocht: Enthousiaste jongeren voor natuurklussen

    Een bijenburcht bouwen, Tiny Forests (minibosjes) onderhouden, groente oogsten en bomen zagen; Tijdens de Nature Impact Days op 26 t/m 28 augustus kunnen jongeren in Zuid-Holland een weekend lang op verschillende locaties klussen doen om kennis te…

    Lees verder

    Lees verder