Rotary Hellevoetsluis knot de wilgen op Fort Noorddijk

  • Nieuws
  • Rotary Hellevoetsluis knot de wilgen op Fort Noorddijk
woensdag 20 november 2019

Rotary Hellevoetsluis gingen samen met boswachter Joop Westerveld van het Zuid-Hollands Landschap aan de slag op fort Noorddijk bij Hellevoetsluis. Met 15 man en vrouw hebben zij zeven grote oude knotwilgen op het fort geknot. Hard werken buiten met frisse wind en af en toe een klein buitje, maar bovenal ontzettend gezellig. Waardevol werk voor de natuur in Zuid-Holland en tegelijkertijd wordt een stukje oer-Hollandse geschiedenis bewaard.

Jaarlijks zijn vele vrijwilligers actief met o.a. het knotten van wilgen. Rotary Hellevoetsluis wil met deze actie aandacht vragen voor het belang van de natuur in jouw buurt en wat je hiervoor zou kunnen betekenen. 

Waarom knotten we? 

Knotwilgen zijn een vorm van hakhout. Al in de Romeinse tijd werd er met hakhout gewerkt. Hakhout is een manier van beheer van loofbomen, zoal wilgen, maar bijvoorbeeld ook berken, eiken, essen en elzen. Op gezette tijden wordt op een bepaalde hoogte de bomen gesnoeid. Op de plek waar de boom gesnoeid wordt ontstaat een bult. We noemen dit ook wel een stronk, stoof, stommel of stobbe. Het hout dat van de bomen afgehaald wordt, wordt voor verschillende dingen gebruikt. Vroeger werden er vaak manden van gevlochten, hekken van gemaakt, slootkanten mee verstevigd en dijken mee verzwaard. Tegenwoordig gebruiken we het vooral voor de versteviging van slootkanten en dijken, maar ook als biomassa in biomassacentrales. 

In Zuid-Holland hadden we met name wilgenhakhout en elzenhakhout. Zo’n bos werd ook wel een griend genoemd als het om wilgenbomen ging en broekbos of woud als het om elzen of berken ging. Je kunt dit soms nog in plaatsnamen terug zien, denk maar aan Berkenwoude, Achterbroek en Polsbroek. Het knotten van wilgen is een heel oud gebruik en een belangrijk onderdeel van onze cultuurhistorie. 

Waarom behouden we hakhoutbossen?

Naast dat het hakhout ons hout oplevert, is het belangrijk om de bestaande hakhoutbossen te beschermen en voort te zetten. Heel veel soorten dieren en planten hebben namelijk een plek in deze bossen. Sommige planten vinden het fijn om in een lichte of half schaduwrijke omgeving te groeien. Deze planten zou je bijvoorbeeld goed tegen kunnen komen in bosranden, in de overgang tussen bos en open weiland. Tegenwoordig hebben we deze ‘overgangsgebieden’ niet zoveel meer, maar zie je wel terug bij oudere hakhoutbossen. Andere planten en dieren houden juist weer meer van dood hout of ouder hout. Hakhoutbossen zijn meestal oudere bossen, terwijl er in Nederland vrijwel geen oud loofbos meer te vinden is. Dit zorgt voor een enorme diversiteit aan leven: honderden insecten, paddenstoelen, (korst)mossen en dieren vinden een plekje in een knotboom. Zo bouwt de wilde eend graag haar nestje op de veilige hoogte van de knot. Kortom, in hakhoutbossen zijn veel (zeldzame) planten en dieren te vinden en daarom zijn ze zo ontzettend belangrijk voor de biodiversiteit in Nederland. 

Zet je ook in

Wil je ook je steentje bijdragen? Kijk dan eens hier voor meer informatie of bezoek het speciale platform van de Groene Motor voor vrijwilligers in Zuid-Holland waar jij je handen uit de mouwen kan steken: 

www.zelfdoeninerfgoedengroen.nl